Veelgestelde vragen

De volgende vier taken worden uitgevoerd door de ACT:

  1. het geven van een onafhankelijk advies aan de directeur van het SWV VO De Langstraat over de toelaatbaarheid van een leerling tot het voortgezet speciaal onderwijs en het op basis daarvan verstrekken van een TLV voortgezet speciaal onderwijs door de directeur van het SWV VO De Langstraat;
  2. het geven van een onafhankelijk advies aan de directeur van het SWV VO De Langstraat over de toelaatbaarheid van een leerling tot het praktijkonderwijs en het op basis daarvan verstrekken van een TLV praktijkonderwijs. Idem ten aanzien van het verstrekken van een aanwijzing LWOO en het op basis daarvan verstrekken van een aanwijzing LWOO;
  3. het geven van een onafhankelijk advies aan de directeur van het SWV VO De Langstraat over een Arrangement OPDC Boost!, waaronder ook begrepen het geven van advies over een crisisplaatsing van een leerling in het OPDC Boost!;
  4. het geven van onafhankelijke adviezen aan de scholen over de continuering van de schoolloopbaan van de leerling dan wel over de inzet van extra ondersteuningsactiviteiten binnen de school of andere maatregelen, waaronder begrepen een advies over de inzet van trajectbegeleiding. De ACT formuleert een advies aan de directeur van het SWV VO De Langstraat op basis van de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van de leerling, de zienswijze van de ouders, het verloop van de schoolloopbaan van de leerling en de uitstroombestemming. Meer informatie is te vinden op de pagina van de ACT.

De ACT heeft om de week op woensdagochtend een vergadering. De precieze data zijn te vinden in de jaarplanning.

School vult hiertoe, in overleg met ouders, het aanvraagformulier in. In het aanvraagformulier staat vermeld welke documenten de ACT nodig heeft. Tevens is het handtekeningenformulier verplicht. De aanvraag wordt in het digitale systeem Tommy ingevoerd.

Voor de juiste formulieren verwijzen wij u naar “scholen & besturen/downloads“.

De ACT bestaat uit 4 personen die onafhankelijk adviseren. Ze beschikken over de deskundigheid die wettelijk is voorgeschreven voor het afgeven van TLV’s. De ACT bestaat uit de volgende leden:

  • Expert (voortgezet) speciaal onderwijs: M. Delic
  • Basis orthopedagoog: I. Beerens
  • Orthopedagoog Generalist: F. Hooiveld
  • Tweede deskundige/Jeugdarts: M. de Koning

Bij een aanvraag vanuit het Voortgezet Onderwijs sluit de zorgcoördinator aan. In een enkel geval kunnen ook ouders aansluiten.

De commissie geeft advies aan de directeur van het samenwerkingsverband. De directeur neemt een besluit over de aanvraag. Dit besluit wordt naar de school toegestuurd, die de aanvraag in Tommy heeft gedaan.

Na de vergadering heeft school binnen een week het besluit binnen. Indien aanvullende informatie nodig is, wordt het dossier aangehouden. School heeft maximaal na zes weken een reactie van het samenwerkingsverband.

Indien er sprake is van crisis, kan school contact opnemen met het samenwerkingsverband.

Als u geen account heeft, kunt u contact opnemen met het secretariaat van het samenwerkingsverband. Bij storingen kunt u contact opnemen met de helpdesk van Tommy (zie handleiding).

In de bezwaarprocedure is te lezen wat school kan doen als zij het niet eens is met het besluit van het samenwerkingsverband. Bezwaar en beroep is alleen van toepassing op TLV’s.

In de wet passend onderwijs zijn afspraken gemaakt over het werken met een OPP. Het gaat hierbij om een plan waarin de school aangeeft welke de extra en aanvullende activiteiten zijn voor leerlingen met een specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoefte.

 

Wettelijke aspecten OPP

Een OPP moet volgens de wet passend onderwijs gemaakt worden voor de volgende leerlingen:

  • voor elke leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs moeten scholen een OPP vaststellen binnen 6 weken na inschrijving van de leerling;
  • voor elke leerling in het praktijkonderwijs en speciaal basisonderwijs moet het bevoegd gezag een OPP vaststellen binnen 6 weken na inschrijving van de leerling;
  • voor elke leerling in het regulier onderwijs die extra ondersteuning nodig heeft, moet het bevoegd gezag een OPP vaststellen binnen 6 weken na inschrijving van de leerling;
  • voor elke leerling die tijdelijk is geplaatst op een andere school of instelling (bijvoorbeeld een OPDC Boost!), moet het bevoegd gezag het OPP vaststellen binnen 6 weken na definitieve plaatsing van de leerling.


Wat omvat het OPP?

Het instrument om inzichtelijk te maken hoe tegemoet gekomen kan worden aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften en op welke wijze passend onderwijs wordt geboden is het OPP. Daarin wordt op basis van de werkprincipes van handelingsgericht werken een schets gegeven van in ieder geval de volgende onderdelen:

  • bevorderende en belemmerende factoren;
  • de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften;
  • het verloop van de schoolloopbaan;
  • reeds verstrekte ondersteuning en effecten;
  • de uitstroombestemming;
  • het handelingsdeel.

In het handelingsdeel worden de concrete acties beschreven die nodig zijn voor de onderwijsondersteuning aan de leerling. De school voert met de ouders OOGO over het OPP. Jaarlijks vindt een verplichte evaluatie plaats met de ouders.

Het bevoegd gezag van iedere school stelt het OPP vast, nadat het hierover OOGO heeft gevoerd met de ouders en de ouders instemmen met het handelingsdeel. Dat is het gedeelte waarin de school een overzicht geeft van de ondersteunende activiteiten naar doelstelling, uitvoering, inhoud, tijd en evaluatie.

Voor een school heeft het werken met een OPP alleen maar voordelen. Het geeft in ieder geval een goed zicht op de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling, van de totale schoolloopbaan van de leerling, de inzet van extra en aanvullende ondersteuning door de school en anderen en de uitstroombestemming. Dankzij dat overzicht wordt de communicatie over de leerling binnen de school verbeterd.

Sinds 1 augustus 2017 moeten ouders instemmen met het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief.

Er wordt met ouders op overeenstemming gericht overleg gevoerd tot zij instemmen met het handelingsdeel. Zolang de overeenstemming er nog niet is, betekent dit niet dat scholen geen begeleiding hoeven te geven. Scholen moeten hun leerlingen in alle gevallen de nodige begeleiding bieden.

Het samenwerkingsverband heeft een ondersteuningsplanraad (OPR). Dit is vergelijkbaar met een MR van de school, alleen dan op het niveau van het samenwerkingsverband. Meer informatie kunt u hier vinden.

De ondersteuningsplanraad (OPR) is de medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband. Meer informatie vindt u op de pagina van de OPR.

Hoe u zich verkiesbaar kunt stellen voor de OPR, staat beschreven in het medezeggenschapsreglement van het samenwerkingsverband.

 

De zorgplicht in het voortgezet onderwijs werkt in principe hetzelfde als in het basisonderwijs. Bij de aanmelding van een leerling op een school moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden.

  1. Er is plaatsruimte op de school van aanmelding (de school is niet vol).
  2. Ouders respecteren de grondslag van de school.
  3. De leerling moet voldoen aan het Inrichtingsbesluit, dat wil zeggen dat er uitzicht moet zijn op het behalen van een diploma. Dit betekent dat een leerling met een vmbo-advies niet toelaatbaar is tot het vwo.
  4. Het gaat om een leerling die extra ondersteuning nodig heeft. Ouders moeten bij de aanmelding aangeven dat ze vermoeden dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft.
  5. Bij aanmelding op meerdere scholen moeten ouders doorgeven bij welke school hun kind nog meer is aangemeld. De school die hun eerste voorkeur heeft, krijgt de zorgplicht.

 

Als niet aan de voorwaarden voor zorgplicht voldaan wordt, mogen scholen een leerling weigeren.
Als de zorgplicht ingaat, kunnen scholen alleen op basis van hun schoolondersteuningsprofiel aangeven dat ze een leerling niet kunnen plaatsen. Zij moeten dan wel op zoek naar een andere passende plaats voor voortgezet onderwijs. Wanneer dat nodig is, zullen zij de leerling inbrengen bij de ACT (de commissie van het voortgezet onderwijs).

Het op overeenstemming gerichte overleg richt zich voornamelijk op de volgende zaken:

  1. Leerlingenvervoer
  2. Thuiszitters
  3. Jeugdzorg

Op de punten waar het gaat over de aansluiting met onderwijs, moet OOGO gevoerd worden. De gemeenteraad stelt het jeugdplan vast.

Deze leerling wordt aangemeld op uw school en daarmee gaat de zorgplicht in. Op basis van het OPP van de (V)SO-school onderzoekt u of u een passende plaats kan bieden. Dit onderzoek kan drie uitkomsten hebben:

  1. U krijgt niet duidelijk of u een passende plaats kunt bieden.
    Hiervoor kunt u een adviesvraag indienen bij de ACT.
  2. U kunt een passende plaats bieden.
  3. U kunt geen passende plaats bieden.
    U heeft nog altijd de zorgplicht en gaat op zoek naar een andere passende school. Dit kan een andere reguliere school zijn.

Thuiszitters worden in verschillende categorieën ondergebracht.

  1. Relatief verzuimers. Dit zijn leerlingen die ingeschreven staan op een school en die binnen een periode van 4 weken meer dan 16 uur ongeoorloofd afwezig zijn geweest.
  2. Langdurig relatief verzuimers. Dit zijn leerlingen die ingeschreven staan op een school en die langer dan 4 weken ongeoorloofd afwezig zijn.
  3. Absoluut verzuimers. Dit zijn leerlingen die niet ingeschreven staan op een school, wel leer- of kwalificatieplichtig zijn en die geen vrijstelling hebben van de leerplicht.

Deze groep samen maakt het aantal thuiszitters.

Scholen melden een thuiszitter via DUO bij de gemeente en bij het samenwerkingsverband via Tommy. Het samenwerkingsverband meldt het aantal thuiszitters bij de Inspectie. Ook brengen zij deze leerlingen in voor de overlegtafel.

Via een overlegtafel wordt geïnventariseerd wat het samenwerkingsverband voor thuiszitters kan betekenen. Mocht het nodig zijn dat procedures richting de ACT sneller verlopen, kunnen zij daar ook in voorzien. Zelden komt het voor dat het samenwerkingsverband zijn doorzettingsmacht moet gebruiken. Dit samenwerkingsverband heeft inhoud gegeven aan de doorzettingsmacht door op zo’n moment een overleg tussen verschillende scholen te organiseren en pas weg te gaan op het moment dat er een oplossing ligt.

Op 1 augustus 2014 is door de overheid met de invoering van de wet passend onderwijs de zorgplicht ingevoerd. Dit houdt in dat schoolbesturen (in de praktijk de scholen) de verantwoordelijkheid krijgen om een leerling, van wie het schoolbestuur (in de praktijk de school van aanmelding) aangeeft dat die leerling extra ondersteuning nodig heeft, een passend arrangement aan te bieden. Dit aanbod moet gedaan worden bij de aanmelding of als de leerling al op school zit en blijkt dat er extra ondersteuning nodig is.

De school heeft de plicht om de ondersteuningsbehoeften van de aangemelde leerling te onderzoeken en na te gaan of zij de leerling een passende plaats en passende ondersteuning kunnen bieden. Van de kant van de school waar de leerling nog staat ingeschreven wordt verwacht dat alle informatie wordt verstrekt die relevant is en die een goed beeld kan schetsen van de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften.

Indien blijkt dat de school waar de leerling is aangemeld geen passende plaats kan bieden, dan is het aan de school na te gaan of die passende plaats wel geboden kan worden op een andere school voor regulier voortgezet onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs. Uiteraard wordt in die fase van onderzoek een goed overleg gevoerd met de ouders van de leerling. In overleg met de ouders kan door de school ook een ondersteuningsvraag gesteld worden aan het samenwerkingsverband.

Het extra ondersteuningsaanbod van de school (indien dat gewenst of nodig is voor de leerling) moet gedaan worden na maximaal 6 weken. De mogelijkheid bestaat deze termijn beargumenteerd te verlengen met 4 weken. Ouders melden hun kind minimaal 10 weken voor de aanvang van het schooljaar aan bij de school van hun keuze. Wanneer het schoolbestuur na 10 weken nog geen besluit heeft genomen dan heeft de leerling recht op tijdelijke plaatsing, totdat de school (in formele zin het schoolbestuur) een goede plek voor de leerling heeft gevonden.

Zorgplicht is dus trajectplicht, en geen acceptatieplicht!

Indien blijkt dat de school waar de leerling is aangemeld geen passende plaats kan bieden, dan is het aan de school na te gaan of die passende plaats wel geboden kan worden op een andere school voor regulier voortgezet onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs. Uiteraard wordt in die fase van onderzoek een goed overleg gevoerd met de ouders van de leerling. In overleg met de ouders kan door de school ook een ondersteuningsvraag gesteld worden aan het samenwerkingsverband.

Het extra ondersteuningsaanbod van de school (indien dat gewenst of nodig is voor de leerling) moet gedaan worden na maximaal 6 weken. De mogelijkheid bestaat deze termijn beargumenteerd te verlengen met 4 weken. Ouders melden hun kind minimaal 10 weken voor de aanvang van het schooljaar aan bij de school van hun keuze. Wanneer het schoolbestuur na 10 weken nog geen besluit heeft genomen dan heeft de leerling recht op tijdelijke plaatsing, totdat de school (in formele zin het schoolbestuur) een goede plek voor de leerling heeft gevonden.

Zorgplicht is dus trajectplicht, en geen acceptatieplicht!

Ouders melden zich schriftelijk aan en zijn verantwoordelijk om de school zo volledig mogelijk te informeren. Zij geven naar waarheid aan of zij weten of er iets te melden is over hun kind dat mogelijk consequenties heeft of kan hebben voor het onderwijs. Het bestuur heeft het recht ouders om (aanvullende) informatie te vragen.

Indien ouders structureel weigeren om mee te werken aan het onderzoek, dan houdt de zorgplicht op een gegeven moment op.

Onze nieuwsbrief ontvangen?