Veelgestelde vragen

Met een arrangement krijgt school extra geld om ondersteuning in te kopen. In de toekenning van het arrangement staan doelen waar school aan moet werken. School beslist zelf wie ze hiervoor inschakelen. Het kan zijn dat ze ondersteuning kopen om de leerkracht te ondersteunen, zodat de leerkracht beter op de leerling af kan stemmen. Het kan ook zijn dat school iemand inhuurt om de leerling extra ondersteuning te bieden. In praktijk komt vaak een combinatie van beide voor.

Een arrangement wordt altijd door de school aangevraagd waar de leerling ingeschreven staat of aangemeld is.

Na afloop evalueert de school of de doelen bereikt zijn en stelt zij vast of ze de ondersteuning voor de leerling nu zelf kunnen bieden. Als dat zo is, wordt het arrangement afgesloten. Als er nog meer ondersteuning nodig is, vraagt school een verlenging van het arrangement aan bij het samenwerkingsverband.

Als u het niet eens bent met het genomen besluit, kunt u contact opnemen met het samenwerkingsverband. Bezwaar en beroep is alleen van toepassing op toelaatbaarheidsverklaringen.

In de bezwaarprocedure  is te lezen wat school kan doen als zij het niet eens zijn met het besluit van het samenwerkingsverband. Bezwaar en beroep is alleen van toepassing op TLV’s.

Voor alle leerlingen die ondersteuning krijgen die buiten de basisondersteuning van de school valt, stellen scholen voor regulier onderwijs een ontwikkelingsperspectief op. Scholen voor speciaal (basis-) onderwijs stellen voor alle leerlingen een ontwikkelingsperspectief op.

Het ontwikkelingsperspectief wordt uiterlijk zes weken na plaatsing of afgifte van het arrangement opgesteld.

Sinds 1 augustus 2017 moeten ouders instemmen met het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief.

Er wordt met ouders op overeenstemming gericht overleg gevoerd tot zij instemmen met het handelingsdeel. Zolang de overeenstemming er nog niet is, betekent dit niet dat scholen geen begeleiding hoeven te geven. Scholen moeten hun leerlingen in alle gevallen de nodige begeleiding bieden.

Het samenwerkingsverband heeft een ondersteuningsplanraad (OPR). Dit is vergelijkbaar met een MR van de school, alleen dan op het niveau van het samenwerkingsverband. Meer informatie kunt u hier vinden.

De ondersteuningsplanraad (OPR) is de medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband. Meer informatie vindt u op de pagina van de OPR.

Hoe u zich verkiesbaar kunt stellen voor de OPR, staat beschreven in het medezeggenschapsreglement van het samenwerkingsverband.

In deze regio heeft de werkgroep POVO een placemat ontwikkeld, waarop de VO-scholen uit de regio zich kort presenteren. Op basis van deze informatie kunt u contact opnemen met een beoogde passende VO-school, om de leerling anoniem te bespreken.
Heeft u niet duidelijk of de leerling door moet stromen naar het VO of het VSO, kunt u een adviesvraag indienen bij de TAC. Tijdens de bespreking zal ook een lid van de ACT aansluiten om te kunnen adviseren over een passend vervolg.

De zorgplicht in het voortgezet onderwijs werkt in principe hetzelfde als in het basisonderwijs. Bij de aanmelding van een leerling op een school moet echter wel aan een aantal voorwaarden voldaan worden.

  1. Er is plaatsruimte op de school van aanmelding (de school is niet vol).
  2. Ouders respecteren de grondslag van de school.
  3. De leerling moet voldoen aan het Inrichtingsbesluit, dat wil zeggen dat er uitzicht moet zijn op het behalen van een diploma. Dit betekent dat een leerling met een vmbo-advies niet toelaatbaar is tot het vwo.
  4. Het gaat om een leerling die extra ondersteuning nodig heeft.
  5. Ouders moeten bij de aanmelding aangeven dat ze vermoeden dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft.
  6. Bij aanmelding op meerdere scholen moeten ouders doorgeven bij welke school hun kind nog meer is aangemeld. De school die hun eerste voorkeur heeft, krijgt de zorgplicht.

Als niet aan de voorwaarden voor zorgplicht voldaan wordt, mogen scholen een leerling weigeren.
Als de zorgplicht ingaat, kunnen scholen alleen op basis van hun schoolondersteuningsprofiel aangeven dat ze een leerling niet kunnen plaatsen. Zij moeten dan wel op zoek naar een andere passende plaats voor voortgezet onderwijs. Wanneer dat nodig is, zullen zij de leerling inbrengen bij de ACT (de commissie van het voortgezet onderwijs).

Dit werkt in feite niet anders dan een aanmelding bij een reguliere VO-school. De school moet het niveau kunnen bieden, zodat de leerling een diploma kan halen. Er moet plaatsingsruimte zijn en ouders respecteren de grondslag van de school. De VSO-school onderzoekt of zij de best passende plaats zijn. Als dat zo is, vragen zij een TLV aan bij de ACT van het samenwerkingsverband VO. Als zij inschatten dat zij niet de best passende plaats zijn, gaan zij op zoek naar een andere passende school.

Het op overeenstemming gerichte overleg richt zich voornamelijk op de volgende zaken:

  1. Leerlingenvervoer
  2. Thuiszitters
  3. Jeugdzorg

Op de punten waar het gaat over de aansluiting met onderwijs, moet OOGO gevoerd worden. De gemeenteraad stelt het jeugdplan vast.

De commissie heeft een drietal functies:

  1. Het verstrekken van adviezen
  2. Het afgeven van arrangmenten
  3. Het afgeven van toelaatbaarheidsverklaringen voor het SO of het SBO.

Meer informatie kunt u vinden op de pagina van de TAC.

De TAC heeft om de week op donderdag een vergadering. De precieze data zijn te vinden in de jaarplanning.

School vult hiertoe, in overleg met ouders, het startdocument in. Scholen voor regulier onderwijs en speciaal basisonderwijs leggen deze aanvraag vervolgens voor aan de deskundige bevoegd gezag. De aanvraag wordt in het digitale systeem Tommy ingevoerd. Meer uitleg over de procedure vindt u op de pagina van de TAC.

Bij de TAC-vergadering zijn de commissieleden aanwezig en een vertegenwoordiger van het schoolbestuur. Voor regulier onderwijs of speciaal basisonderwijs is dat de deskundige bevoegd gezag. Voor scholen voor speciaal onderwijs is dat de intern begeleider. In een enkel geval kunnen ouders ook aansluiten. Het gaat dan om situaties waarbij de visie van ouders op de aanvraag aanzienlijk verschilt dan de visie van school. Doorgaans zijn ouders niet aanwezig bij de vergadering.

De commissie geeft advies aan de directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband. De directeur-bestuurder neemt een besluit over de aanvraag. Dit besluit wordt naar de scholen gestuurd.

Minimaal twee weken voor de vergadering, moet het dossier ontvankelijk zijn. Dan wordt de aanvraag in de eerstvolgende vergadering besproken. Na deze vergadering heeft u binnen een week het besluit binnen. Indien er aanvullende informatie nodig is, wordt het dossier aangehouden. U heeft maximaal na zes weken een reactie van het samenwerkingsverband.

Indien er sprake is van crisis, kunt u contact opnemen met het samenwerkingsverband. In overleg wordt gekeken wie welke stappen gaat nemen.

Hiervoor neemt u contact op met de helpdesk als u al een account heeft. Als u nog geen account heeft, kunt u contact opnemen met het samenwerkingsverband.

Hiervoor evalueer je het OPP, wordt het document verantwoording inzet middelen ingevuld en een toestemmingsverklaring van ouders en school dat er een TLV aangevraagd wordt.

Voor een adviesvraag wordt het startdocument ingevuld en het bestuursverslag, net zoals voor een aanvraag TLV. Het startdocument is te downloaden op de site.

Er kan advies gevraagd worden wat een passende plaats is voor een leerling (regulier onderwijs, SBO of SO). Ook kan de commissie advies gevraagd worden waar een arrangement op ingezet moet worden als er sprake is van een complexe problematiek. Tot slot kan er ook advies gevraagd worden over de keuze tussen VO of VSO. Hiervoor wordt een lid van de ACT toegevoegd aan de commissie.

Het uitgangspunt van het samenwerkingsverband is dat ouders op school meegenomen worden in het hele proces, waardoor er in gezamenlijk overleg een aanvraag tot stand komt. Gelukkig is dat in de meeste gevallen ook mogelijk. Het kan echter voorkomen dat ouders en school het niet eens kunnen worden. School heeft de verplichting om passend onderwijs te bieden aan de leerling. Als zij dat zelf niet kunnen of met een arrangement niet kunnen, zijn zij verplicht een andere passende plaats te zoeken. Daarom kan het in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat een school besluit om zonder toestemming van ouders een TLV of arrangement aan te vragen. Omdat de zorgplicht bij scholen ligt, is het bij wet vastgelegd dat dit zonder toestemming van ouders mogelijk is. Het bestuur waar de school onder valt, moet echter wel altijd toestemming geven voor deze aanvraag en school moet aantoonbare inspanning hebben geleverd om met ouders overeenstemming te bereiken.

Deze leerling wordt aangemeld op uw school en daarmee gaat de zorgplicht in. Op basis van het OPP van de S(B)O-school onderzoekt u of u een passende plaats kan bieden. Dit onderzoek kan drie uitkomsten hebben:

  1. U krijgt niet duidelijk of u een passende plaats kunt bieden.
    Hiervoor kunt u een adviesvraag indienen bij de TAC.
  2. U kunt een passende plaats bieden.
    U onderzoekt of dit binnen uw basisondersteuning kan of dat er een aanvullend arrangement nodig is. Het arrangement kan bij de TAC aangevraagd worden.
  3. U kunt geen passende plaats bieden.
    U heeft nog altijd de zorgplicht en gaat op zoek naar een andere passende school. Dit kan een andere reguliere school zijn of het S(B)O.

Als u twijfelt of u een passende plaats kunt bieden, kunt u een adviesvraag indienen bij de TAC. Mocht u een arrangement nodig hebben om de terugplaatsing succesvol te laten zijn, kan dat ook bij de TAC aangevraagd worden.

Thuiszitters worden in verschillende categorieën ondergebracht.

  1. Relatief verzuimers. Dit zijn leerlingen die ingeschreven staan op een school en die binnen een periode van 4 weken meer dan 16 uur ongeoorloofd afwezig zijn geweest.
  2. Langdurig relatief verzuimers. Dit zijn leerlingen die ingeschreven staan op een school en die langer dan 4 weken ongeoorloofd afwezig zijn.
  3. Absoluut verzuimers. Dit zijn leerlingen die niet ingeschreven staan op een school, wel leer- of kwalificatieplichtig zijn en die geen vrijstelling hebben van de leerplicht.

Deze groep samen maakt het aantal thuiszitters.  

Scholen melden een thuiszitter via DUO bij de gemeente en bij het samenwerkingsverband.
Het samenwerkingsverband meldt het aantal thuiszitters bij de Inspectie. Ook brengen zij deze leerlingen in voor de overlegtafel.

Via een overlegtafel wordt geïnventariseerd wat het samenwerkingsverband voor thuiszitters kan betekenen. Mocht het nodig zijn dat procedures richting de TAC sneller verlopen, kunnen zij daar ook in voorzien. Zelden komt het voor dat het samenwerkingsverband zijn doorzettingsmacht moet gebruiken. Dit samenwerkingsverband heeft inhoud gegeven aan de doorzettingsmacht door op zo’n moment een overleg tussen verschillende scholen te organiseren en pas weg te gaan op het moment dat er een oplossing ligt.

Een TLV is een toelaatbaarheidsverklaring voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs. De SO of SBO-school heeft dit nodig om een leerling in te kunnen schrijven.

Alle leerlingen die ingeschreven worden bij scholen voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs hebben een TLV nodig. Leerlingen die naar regulier onderwijs gaan, kunnen zonder TLV ingeschreven worden.

De TLV wordt door school aangevraagd. Als de leerling al naar de basisschool gaat, vraagt deze basisschool de TLV aan. Als de leerling nog niet naar school gaat en het is duidelijk dat SO of SBO nodig is, kan de leerling bij één van deze scholen aangemeld worden. Daarna zullen zij, indien zij ook denken de passende plaats te zijn, een TLV aanvragen bij het samenwerkingsverband.

Als het samenwerkingsverband een TLV heeft afgegeven en u bent het hier niet mee eens, kunt u daar bezwaar tegen maken. Als u het na het indienen van bezwaar nog niet eens bent met het samenwerkingsverband, kunt u in beroep gaan tegen de afgifte van de TLV. Meer hierover vindt u in de bezwaarprocedure.

Een toelaatbaarheidsverklaring heeft altijd een beperkte geldigheidsduur. Ruim voor het verstrijken van de TLV, brengt school met ouders de ontwikkeling van de leerling in kaart. Op basis van deze gegevens wordt gekeken wat de best passende onderwijsplek is. Er zijn drie opties:

  1. De huidige school is nog altijd de best passende plaats. School vraagt een verlenging van de TLV aan. Dit is het meest waarschijnlijke scenario.
  2. Een school voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs sluit beter aan dan de huidige school. School vraagt een TLV voor dit type onderwijs aan. Er is aandacht voor een goede overdracht en overstap naar deze school.
  3. Een school voor regulier onderwijs sluit beter aan. School gaat in overleg met ouders kijken welke reguliere school de leerling op zou kunnen vangen. De overstap wordt gezamenlijk goed voorbereid. Mocht de ontvangende school nog een arrangement nodig hebben om de leerling de hulp te bieden die het nodig heeft, dan kan deze school dat bij het samenwerkingsverband aanvragen.

Indien het vermoeden is dat de leerling op regulier onderwijs kan starten, kunt u bij de beoogde school van aanmelding vragen wie de deskundige bevoegd gezag (DBG’er) is. Deze DBG’er kan met u en school meekijken wat de mogelijkheden zijn om passend onderwijs op een reguliere school te bieden.
Als het niet zeker is dat regulier onderwijs een optie is en er mogelijk SO of SBO nodig is, kan een adviesvraag bij de toelaatbaarheids- en adviescommissie (TAC) ingediend worden. Voor routing en documenten verwijzen we u naar het protocol werkwijze TAC.

Als er al contact geweest is met de SBO-school en zij schatten ook in dat zij een passende plaats kunnen bieden, kunt u ouders de leerling bij de beoogde SBO-school aan laten melden. Zij vragen vervolgens een TLV aan bij het samenwerkingsverband.
Als dit contact er nog niet is of het is niet zeker dat het SBO passend is, kunt u een adviesvraag indienen bij de TAC. De procedure hiervoor staat uitgewerkt in het protocol werkwijze TAC. Dit protocol en de benodigde documenten kunt u hier vinden.

Het is belangrijk dat u ouders de leerling bij de basisschool van hun voorkeur aan laat melden. Liefst al met 3 jaar en 6 maanden. School krijgt dan de zorgplicht en zal onderzoeken of zij passende ondersteuning kunnen bieden. Als daarvoor een arrangement nodig is, hebben zij voldoende tijd om dat aan te vragen. Voor een uitgebreide beschrijving verwijzen we naar het Protocol van werkzaamheden TAC

De commissie behandelt een drietal aanvragen:

  1. Algemene adviesvragen
  2. Aanvragen voor arrangementen
  3. Aanvragen voor toelaatbaarheidsverklaringen voor het speciaal onderwijs of het speciaal basisonderwijs.

Voor voorschoolse voorzieningen is het alleen mogelijk om adviesvragen te stellen bij de TAC. 

Vanuit een voorschoolse voorziening kan vanaf drie tot drieënhalf jaar een aanvraag worden gedaan bij het samenwerkingsverband. Voorschoolse voorzieningen kunnen een adviesvraag indienen om te bespreken wat een passende onderwijsplek voor de leerling in dit samenwerkingsverband zou zijn.

Dit is waarschijnlijk een leerling met extra ondersteuningsbehoefte. Nu gaat de zorgplicht in en moet school onderzoeken of zij een passende plaats kunnen bieden. Als dat niet het geval is, is school verplicht een passend alternatief te zoeken. Dit gebeurt altijd in nauw overleg met het MKD.

Binnen dit samenwerkingsverband is er geen crisisvoorziening. Het samenwerkingsverband heeft ervoor gekozen om op het moment dat zich een crisis voordoet, via maatwerk een passend antwoord te vinden.

Verschillende besturen hebben zogenaamde plusklassen ingericht, waar hoogbegaafde leerlingen een dagdeel in de week opgevangen kunnen worden. Daarnaast zijn scholen verplicht om passend aanbod te bieden voor hoogbegaafde leerlingen. Dat vindt meestal plaats in de vorm van verrijking en verdieping.
Ook zijn er twee besturen die voltijd hoogbegaafdenonderwijs aanbieden. Dat vindt plaats binnen Athena en Willem Wijs.

Taalonderwijs voor nieuwkomers valt niet binnen Passend Onderwijs en daarmee niet bij het samenwerkingsverband. De gemeente en schoolbesturen moeten hier een antwoord voor vinden. Informeer bij uw schoolbestuur wat de mogelijkheden zijn.
Gaat het om taalondersteuning voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis, kunt u bij Auris informeren wat de mogelijkheden zijn voor consultatie en begeleiding.

Taalonderwijs voor nieuwkomers valt niet binnen Passend Onderwijs en daarmee niet bij het samenwerkingsverband. De gemeente en schoolbesturen moeten hier een antwoord voor vinden. Informeer bij uw schoolbestuur wat de mogelijkheden zijn.

Het samenwerkingsverband streeft ernaar zo klein mogelijk te blijven, zodat de meeste middelen naar de schoolbesturen kunnen om eigen keuzes te maken waarmee Passend Onderwijs vormgegeven kan worden. Dat betekent dat het samenwerkingsverband geen poule van mensen heeft die door scholen ingehuurd kunnen worden. Wel zijn er samenwerkingsafspraken met de diensten ambulante begeleiding van De Kracht en van Onderwijscentrum Leijpark.

Zodra een leerling aangemeld wordt dit extra ondersteuning nodig heeft, gaat de zorgplicht in. Ouders kunnen hun kind vanaf 3 jaar aanmelden op school. School heeft vervolgens 6 weken de tijd om te onderzoeken of zij een passende plaats kunnen bieden en eventueel een alternatief te bieden. Zie verder het stroomschema zorgplicht.

Nee, dat ben je niet verplicht. Na aanmelding onderzoekt school of zij een passende plaats voor de aangemelde leerling kunnen bieden. Indien school op basis van het schoolondersteuningsprofiel besluit geen passende plaats te kunnen bieden, ben je al school verplicht om een passend alternatief te zoeken. Je hoeft de leerling dan niet in te schrijven.
Indien school meer dan 6 weken nodig heeft om een passende plaats te zoeken voor de leerling, kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengd worden. In de tussentijd moet de leerling wel tijdelijk geplaatst worden op de school van aanmelding.

Het is aan school om te onderzoek of een andere reguliere basisschool (eventueel met een arrangement) deze leerling wel op kan vangen. Als dat niet mogelijk blijkt, vraagt de school van aanmelding een TLV aan voor het SO of het SBO.

Bij aanmelding moeten ouders melden dat een leerling extra ondersteuning nodig heeft. School voert onderzoek uit in hoeverre zij passende begeleiding kunnen bieden. Indien ouders structureel weigeren mee te werken aan dit onderzoek, houdt de zorgplicht op een gegeven moment op. Mocht er aanvullende informatie nodig zijn, is school verplicht dit onderzoek uit te voeren.

Onze nieuwsbrief ontvangen?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.