Veelgestelde vragen

Als school een arrangement krijgt om uw kind extra te ondersteunen, betekent dit dat school extra geld krijgt om ondersteuning in te kopen. In de toekenning van het arrangement staan doelen waar school aan moet werken. School beslist zelf wie ze hiervoor inschakelen. Het kan zijn dat ze ondersteuning kopen om de leerkracht te ondersteunen, zodat de leerkracht beter voor uw kind kan zorgen. Het kan ook zijn dat school iemand inhuurt om uw kind extra ondersteuning te bieden. In praktijk komt vaak een combinatie van beide voor.

Een arrangement wordt altijd door de school aangevraagd waar uw kind ingeschreven staat.

Na afloop evalueert de school of de doelen bereikt zijn en stelt zij vast of ze de ondersteuning voor uw kind nu zelf kunnen bieden. Als dat zo is, wordt het arrangement afgesloten. Als er nog meer ondersteuning nodig is, vraagt school een verlenging van het arrangement aan bij het samenwerkingsverband.

Als u het niet eens bent met het genomen besluit, kunt u contact opnemen met de schoolleiding van de school van uw kind. Samen met hen kunt u kijken naar wat school nu kan doen om passend onderwijs te bieden. Bezwaar en beroep is alleen van toepassing op toelaatbaarheidsverklaringen.

Veel hulp kan de school zelf organiseren. In ons samenwerkingsverband is afgesproken dat scholen zelf dyslexiebegeleiding of RT organiseren op school. Het kan voorkomen dat er meer of intensievere begeleiding nodig is. Dan kan school een aanvraag indienen bij het eigen bestuur of bij het samenwerkingsverband. De intern begeleider kan u meer vertellen over hoe deze hulp aangevraagd wordt en wat de mogelijkheden zijn.

Het ondersteuningsteam bestaat in ieder geval uit de intern begeleider en leerkrachten van school, waarin het handelingsgericht werken wordt vormgegeven. Dit houdt in dat zij in gesprek gaan over wat een leerling nodig heeft in het onderwijs (onderwijs- en ondersteuningsbehoefte) en wat zij zelf kunnen bieden. In veel scholen is dit een multidisciplinair team en zit er ook iemand vanuit jeugdzorg aan tafel.

Een deskundige bevoegd gezag is een medewerker van het schoolbestuur die de scholen helpt bij het aanvragen van ondersteuning. Scholen kunnen bij haar vragen stellen rondom passend onderwijs. Ook kijkt de DBG’er met school mee als er een aanvraag ingediend gaat worden bij het samenwerkingsverband. Belangrijke vragen zijn dan:

  1. Heeft school al het mogelijke gedaan om deze leerling te helpen?
  2. Past de aanvraag bij wat de leerling nodig heeft?
  3. Moeten er nog andere partijen ingeschakeld worden voor ondersteuning?
  4. Wat kan de school of het schoolbestuur zelf betekenen voor deze leerling?

De DBG zal u tegenkomen in gesprekken op school wanneer school de benodigde ondersteuning niet meer zelf kan bieden.

Als het gaat om een besluit over afgifte van een TLV, gaat de procedure bezwaar en beroep in. Als het gaat om een arrangement, kunt u contact opnemen met de schoolleiding van de school waar uw kind staat ingeschreven.

Klachten over school kunt u allereerst kenbaar maken bij de schoolleiding. Indien u zich daar niet gehoord voelt, kunt u contact opnemen met het schoolbestuur waar de school bij aangesloten is. Elk schoolbestuur heeft zijn eigen klachtenprocedure. Deze vindt u doorgaans in de schoolgids of op de website van het schoolbestuur.

Scholen stellen voor alle leerlingen waarvoor extra ondersteuning nodig is, een ontwikkelingsperspectief op. Scholen voor speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs hebben voor alle leerlingen een ontwikkelingsperspectief. Dit moet uiterlijk zes weken na plaatsing opgesteld zijn. Scholen voor regulier basisonderwijs stellen alleen een ontwikkelingsperspectief op voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben die buiten het basisaanbod valt.

In het ontwikkelingsperspectief staat het uitstroomniveau. Ook staat hierin welke extra begeleiding nodig is om het uitstroomniveau te behalen.

Het bevoegd gezag van de school stelt het ontwikkelingsperspectief vast en voert met ouders een op overeenstemming gericht overleg over hoe de ondersteuning en begeleiding eruit moet zien (het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief). U heeft instemmingsrecht op dit handelingsdeel. Jaarlijks wordt het ontwikkelingsperspectief door school met u geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.
Als u het niet eens bent met dit ontwikkelingsperspectief en u komt er met school niet uit, kunt u terecht bij de onderwijsconsulenten of de geschillencommissie voor ouders .

Het samenwerkingsverband heeft een ondersteuningsplanraad (OPR). Dit is vergelijkbaar met een MR van de school, alleen dan op het niveau van het samenwerkingsverband. Meer informatie kunt u hier vinden.

De ondersteuningsplanraad (OPR) is de medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband. Meer informatie vindt u op de pagina van de OPR.

Hoe u zich verkiesbaar kunt stellen voor de OPR, staat beschreven in het medezeggenschapsreglement van het samenwerkingsverband. 

TAC staat voor Toelaatbaarheids- en Adviescommissie. Deze commissie geeft arrangementen en toelaatbaarheidsverklaringen af. Ook geeft de TAC onafhankelijk advies aan scholen. Meer informatie vindt u hier.

De commissie is een multidisciplinair team met een orthopedagoog, een orthopedagoog-generalist, een maatschappelijk werker en een onderwijskundige. 

De aanvraag wordt door school in afstemming met ouders voorbereid. Als het dossier ingediend wordt bij het samenwerkingsverband via het digitale systeem Tommy, controleert de ambtelijk secretaris of de aanvraag volledig is, oftewel ontvankelijk. Als dat het geval is, wordt het dossier in het systeem doorgezet naar de leden. Zij bereiden het dossier onafhankelijk van elkaar voor. Tijdens de zitting wordt het dossier met de deskundige bevoegd gezag besproken. Op basis van de dossiergegevens en het gesprek, vormt de commissie een advies. De directeur-bestuurder neemt het besluit. Een uitgebreide uitleg van de procedure is te vinden in het protocol werkwijze toelaatbaarheids- en adviescommissie.

De commissie bestaat uit een orthopedagoog, een orthopedagoog-generalist, een maatschappelijk werker en een onderwijskundige. Het bestuur van de reguliere school die de aanvraag indient, wordt vertegenwoordigd door de Deskundige Bevoegd Gezag (DBG). Scholen voor speciaal onderwijs laten hun intern begeleider aansluiten. In een enkel geval kunnen ouders ook aansluiten. Het gaat dan om situaties waarbij de visie van ouders op de aanvraag aanzienlijk verschilt dan de visie van school. Doorgaans zijn ouders niet aanwezig bij de vergadering.
In sommige gevallen kan het zijn dat de commissie een extern deskundige raadpleegt. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij spraak-/ taalproblematiek, als er kennis vanuit het voortgezet onderwijs gewend is of als er sprake is van ernstige medische problematiek.

Als de directeur-bestuurder een besluit genomen heeft, krijgt de aanvragende school hierover bericht. Zij geven aan ouders door wat het besluit van de commissie geweest is.

Dit kunt u kenbaar maken bij school op het moment dat de aanvraag ingediend wordt. De commissie maakt de inschatting of de visie van ouders op de aanvraag inderdaad wezenlijk verschilt van de visie van school, waardoor het horen van ouders gewenst is.

Het uitgangspunt van het samenwerkingsverband is dat ouders op school meegenomen worden in het hele proces, waardoor er in gezamenlijk overleg een aanvraag tot stand komt. Gelukkig is dat in de meeste gevallen ook mogelijk. Het kan echter voorkomen dat ouders en school het niet eens kunnen worden. School heeft de verplichting om passend onderwijs te bieden aan de leerling. Als zij dat zelf niet kunnen of met een arrangement niet kunnen, zijn zij verplicht een andere passende plaats te zoeken. Daarom kan het in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat een school besluit om zonder toestemming van ouders een TLV of arrangement aan te vragen. Omdat de zorgplicht bij scholen ligt, is het bij wet vastgelegd dat dit zonder toestemming van ouders mogelijk is. Het bestuur waar de school onder valt, moet echter wel altijd toestemming geven voor deze aanvraag.

U kunt uw kind niet zelf aanmelden bij het samenwerkingsverband voor een TLV of een arrangement. Met de komst van Passend Onderwijs is deze taak verschoven naar de schoolbesturen.

Binnen samenwerkingsverband PO LHA onderscheiden we drie typen thuiszitters:

  1. Relatief verzuim: we spreken van relatief verzuim als een leer- of kwalificatieplichtige leerling die op een school is ingeschreven, ongeoorloofd afwezig is (spijbelen). Scholen moeten het verzuim melden als leerlingen meer dan zestien uur in vier weken ongeoorloofd hebben verzuimd. Deze gevallen – waarin de leerlingen meer dan zestien uur ongeoorloofd verzuimen in vier weken – zijn geteld.
  2. Langdurig relatief verzuim: een langdurig relatief verzuimer is een ingeschreven leerling die langer dan vier weken ongeoorloofd verzuimt. Voor deze leerlingen geldt dus een ‘wachttijd’ van vier weken, voordat ze als langdurig relatief verzuimer tellen. Tot die tijd tellen ze wel mee voor het relatief verzuim (zie hierboven). Bij deze groep is meer aan de hand dan spijbelen. Deze kinderen zitten echt lang thuis.
  3. Absoluut verzuim: van absoluut verzuim is sprake als een leer- of kwalificatieplichtige jongere niet op een school staat ingeschreven. Al vanaf de eerste dag dat een leerplichtige jongere niet op een school is ingeschreven, is sprake van absoluut verzuim, ongeacht de duur van het absoluut verzuim. Gemeenten zijn gevraagd absoluut verzuim als gevolg van administratieve onvolkomenheden daarin niet mee te nemen.

Scholen moeten een thuiszitter melden bij DUO. Elke twee maanden vraagt het samenwerkingsverband zowel bij leerplichtambtenaren als de scholen een overzicht van de thuiszitters op. Ook meldt een school een thuiszitter direct bij het samenwerkingsverband.

Op het moment dat er een thuiszitter wordt gemeld bij het samenwerkingsverband, organiseert zij een overlegtafel. Tijdens dit overleg wordt er gekeken welke stappen ondernomen kunnen worden om de leerling zo snel mogelijk weer terug op school te krijgen. Ook kan school een adviesvraag aan de Toelaatbaarheids- en Adviescommissie (TAC) stellen om te kijken wat de best passende oplossing is voor de leerling. Meer informatie is te vinden in het protocol thuiszitters.

Een TLV is een toelaatbaarheidsverklaring voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs. De SO of SBO-school heeft dit nodig om een leerling in te kunnen schrijven.

Alle leerlingen die ingeschreven worden bij scholen voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs hebben een TLV nodig. Leerlingen die naar regulier onderwijs gaan, kunnen zonder TLV ingeschreven worden.

De TLV wordt door school aangevraagd. Als uw kind al naar de basisschool gaat, vraagt deze basisschool de TLV aan. Als uw kind nog niet naar school gaat en het is duidelijk dat SO of SBO nodig is, kunt u uw kind bij één van deze scholen aanmelden. Daarna zullen zij, indien zij ook denken de passende plaats te zijn, een TLV aanvragen bij het samenwerkingsverband.

Als het samenwerkingsverband een TLV heeft afgegeven en u bent het hier niet mee eens, kunt u daar bezwaar tegen maken. Als u het na het indienen van bezwaar nog niet eens bent met het samenwerkingsverband, kunt u in beroep gaan tegen de afgifte van de TLV. Meer hierover vindt u in de bezwaarprocedure.

Een toelaatbaarheidsverklaring heeft altijd een beperkte geldigheidsduur. Ruim voor het verstrijken van de TLV, brengt school met u de ontwikkeling van uw kind in kaart. Op basis van deze gegevens wordt gekeken wat de best passende onderwijsplek is. Er zijn drie opties:

  1. De huidige school is nog altijd de best passende plaats. School vraagt een verlenging van de TLV aan. Dit is het meest waarschijnlijke scenario.
  2. Een school voor speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs sluit beter aan dan de huidige school. School vraagt een TLV voor dit type onderwijs aan. Er is aandacht voor een goede overdracht en overstap naar deze school.
  3. Een school voor regulier onderwijs sluit beter aan. School gaat in overleg met u als ouder kijken welke reguliere school uw kind op zou kunnen vangen. De overstap wordt gezamenlijk goed voorbereid. Mocht de ontvangende school nog een arrangement nodig hebben om uw kind de hulp te bieden die het nodig heeft, dan kan deze school dat bij het samenwerkingsverband aanvragen.

Met de invoering van Passend Onderwijs hebben scholen zorgplicht gekregen. Dat betekent dat wanneer u uw zoon of dochter aanmeldt op een school van uw voorkeur en er extra ondersteuning nodig is, deze school verantwoordelijk is voor het zoeken naar een passende plaats voor uw kind. Daarbij gaan we uit van de volgende uitgangspunten:
1. Er is plaatsruimte op de school van aanmelding (de school is niet vol).
2. U respecteert de grondslag van de school.
3. Aanmelden kan vanaf de leeftijd van 3 jaar. Kinderen die jonger zijn, kunnen op een wachtlijst (‘lijst van vooraanmeldingen’) worden geplaatst.
4. Het gaat om een leerling die extra ondersteuning nodig heeft.
5. U moet bij de aanmelding aangeven dat u vermoedt dat uw kind extra ondersteuning nodig heeft.
6. Bij aanmelding op meerdere scholen moet u doorgeven bij welke school uw zoon of dochter nog meer is aangemeld. De school van uw voorkeur krijgt zorgplicht.

De zorgplicht gaat in op het moment dat duidelijk is dat uw kind extra ondersteuning nodig heeft. Dat kan zijn bij de aanmelding of als uw kind al op school zit.

De school heeft zorgplicht tot een passende plek voor uw kind gevonden is. Dat kan betekenen dat er extra ondersteuning op de huidige school komt. Het kan ook betekenen dat er een andere school gevonden moet worden. Pas wanneer er een andere passende school voor uw kind gevonden is, vervalt de zorgplicht van de huidige school.

Nee. Dat is afhankelijk van de ondersteuning die de school kan bieden. Scholen beschrijven in het schoolondersteuningsprofiel (SOP) wat ze aan extra ondersteuning kunnen bieden. Het kan voorkomen dat de huidige school geen passende plek kan bieden. Dan moet de school op zoek naar een andere passende plaats voor uw kind.

U kunt uw kind aanmelden op de school van uw keuze. Elke school heeft een eigen aannamebeleid. Informeer op school naar de mogelijkheden.

Als u het vermoeden heeft dat uw kind extra begeleiding nodig heeft of school geeft aan dat extra ondersteuning nodig is, is het belangrijk dat u met school het gesprek aan gaat. School kan aangeven wat zij zelf kunnen bieden en wat de mogelijkheden zijn om extra ondersteuning op school te realiseren. Het kan ook zijn dat school aangeeft dat zij de ondersteuning niet kunnen bieden. Zij zullen dan met u de mogelijkheden bespreken.

Een school beschrijft in het schoolondersteuningsprofiel welke ondersteuning ze kunnen bieden. Het kan voorkomen dat de school aangeeft niet meer de passende ondersteuning te kunnen bieden aan uw kind. Zij hebben we zorgplicht. Daarmee zijn ze verplicht om een andere passende plaats te zoeken. Dat kan een andere reguliere basisschool zijn, speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs.

Vragen over passend onderwijs kunt u stellen aan de intern begeleider van de school. Indien zij geen antwoord weten op uw vraag, kunt u voor reguliere basisscholen vragen of zij contact op willen nemen met de deskundige bevoegd gezag. School kan ook altijd contact opnemen met het samenwerkingsverband.
Mocht u er niet aan uitkomen met school, kunt u ook zelf contact opnemen met het samenwerkingsverband.

Onze nieuwsbrief ontvangen?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.